Reizen buiten Beijing



China is een fantastisch land om in rond te reizen. Beijing is omringd door veel dorpjes en steden die zeker de moeite waard zijn om te bezoeken, als is het maar voor een weekend of een aantal dagen. Hier zijn een aantal suggesties die voor korte trips die je kan doen in 2 tot 3 dagen.

Chéngdé (承德)

ligt op zo’n 4 – 5 uur van Beijing per trein of bus en werd door de Mantsjoe keizers tijdens de Qing-dynastie gebruikt als zomerverblijf. Een aantal kijktrekkers zijn het keizerlijk park (避暑山庄; Bìshŭshānzhuāng) en de acht kloosters gebouwd voor de verschillende etniciteiten in China. Een van de kloosters lijkt op een klein replica van het Potalapaleis in in Lhasa, Tibet, de moeite waard om te zien dus indien je niet naar Tibet kan gaan.

Xī’ān (西安)

is waarschijnlijk het meest bekend door het Terracottaleger, dat begraven werd tezamen met de eerste keizer van China genaamd Qínshĭhuáng. Een andere interessante locatie is onder andere Bànpó, dat met ongeveer 7000 jaar één van de oudste nederzettingen in China is. Xi’an was de hoofdstad van vele dynastieën en het Shanxi Provincie Museum is dan ook één van de grootste in China en absoluut een bezoekje waard als je in Xi’an bent.

Dàtóng (大同)

is ook een goede keuze als weekendtrip. Ondanks dat de stad zelf één met de meest vervuilde luchten in China is, voornamelijk door de koolmijnen, zijn er toch een aantal mooie plaatsen om te zien. Het Hangende Klooster(悬空寺; Xuánkōngsì) is vrij indrukwekkend aangezien het langs de wand van een kloof “hangt”. Yungang Grotten (云岗石窟; Yúngăng Shíkū) bevindt zich ook in Datong en is één van de drie bekendste grotten met Boeddhistische rotsinkepingen.

Tiānjīn (天津)

is een zeer grote stad, maar is zeer verschillend van Beijing in veel aspecten. Aangezien deze stad dichtbij Beijing ligt, is er geen reden om deze stad niet te bezoeken, al is het maar voor één dag. De Yánghuò Shìchăng is een goede plaats om wat rond te wandelen en mooi namaak antiek te kopen.